Blogs

4 misvattingen over TPM (Third Party Maintenance)

TPM (Third Party Maintenance) wint aan populariteit, maar er zijn misvattingen die bedrijven ervan weerhouden, zegt Tom Pappas van Curvature in dit blog.

Organisaties worden steeds afhankelijker van hun IT-infrastructuur en hebben daarnaast de uitdaging om die zo efficiënt mogelijk in te zetten. In dat speelveld begint TPM (Third Party Maintenance) steeds meer aan populariteit te winnen, maar tegelijk zijn er ook veel misvattingen die bedrijven ervan weerhouden. In dit blog weerleg ik de vier van de meest gehoorde misvattingen.

Misvatting #1: Aanbieders van TPM leveren geen software-updates.
Een van de meest genoemde zorgen over het gebruik van TPM is dat de onderhoudsleveranciers geen toegang zouden hebben tot belangrijke software-updates. Dat is weliswaar een terechte zorg, maar deze algemene bewering gaat voorbij aan de nuances en complexiteit van software-updates. De angst voor het missen van feature-updates is over het algemeen alleen relevant voor nieuw uitgebrachte apparaten. Fabrikanten brengen meestal alleen regelmatige software-updates uit voor hun nieuwste generatie apparatuur, en in veel mindere mate voor apparatuur die wat ouder is.

Het aantal updates dat voor een apparaat verschijnt, daalt vaak snel de eerste drie jaar na de lancering. Mijn ervaring leert dat de 90 procent van de updates voor de meeste serverhardware in de eerste drie jaar verschijnt, wanneer de hardware nog steeds onder garantie is. Na die periode worden er in de praktijk weinig tot geen significante software-updates meer uitgebracht. Tegen die tijd verschijnen er ook vrijwel geen firmware-updates meer voor de meeste apparaten die we tegenkomen, of ze worden vrij beschikbaar gesteld, omdat de impact van ongepatchte servers teveel beveiligingsrisico´s met zich meebrengt. Sommige merken maken hun software-updates ook publiekelijk beschikbaar, waardoor er sowieso geen zorgen zijn over het mislopen van updates.

Misvatting #2: TPM is inherent riskanter.
Een andere veel voorkomende misvatting is dat je bij TPM de ondersteuning van de oorspronkelijke fabrikant inruilt voor kostenbesparingen. Dat impliceert dat een TPM-strategie inherent meer risico met zich meebrengt. Hierbij wordt echter vaak uitgegaan van een volledige transitie van de infrastructuur-stack naar TPM. Zo’n stap zullen zelfs TPM-leveranciers in de meeste gevallen niet adviseren.

Organisaties die met TPM willen beginnen, moeten de leverancier altijd eerst om een gedetailleerde beoordeling van hun infrastructuur vragen. Dit geeft inzicht in welke delen van hun infrastructuur geschikt zijn voor TPM, en welke niet. Zo kan een maximale kostenbesparing gerealiseerd worden met behoud van de bestaande kwaliteit en standaarden.

Verder is niet elke leverancier van TPM gelijk. Daarom is het belangrijk om met een goede partner te werken die de nodige kennis en ervaring heeft om zowel het juiste advies als een kwalitatieve dienstverlening te leveren. Als afnemer ben je dan verzekerd van de beste expertise om de contractuele kleine lettertjes te doorgronden en bestaande hardware correct te classificeren.

Misvatting #3: Alleen fabrikanten hebben vakbekwame technici.
Een van de meest hardnekkige misvattingen is de perceptie dat alleen fabrikanten de juiste ondersteuning voor hun apparatuur kunnen leveren. Je kunt er echter vanuit gaan dat de betere leveranciers van TPM hun werk heel serieus nemen en alleen met ervaren ingenieurs werken die volledig gecertificeerd zijn voor alle producten die zij ondersteunen.

Iets anders waar met name internationale leveranciers van TPM in uitblinken, is dat ze soms in regio’s actief zijn voor waar de oorspronkelijke fabrikanten het onderhoud moeten uitbesteden aan lokale partners. Dat klinkt misschien als een detail, maar voor multinationals kan het serieuze voordelen opleveren om IT-onderhoud en -ondersteuning bij één partij te beleggen, zonder dat hierbij externe partners ingeschakeld hoeven te worden. Internationale TPM-leveranciers hebben de schaalvoordelen en motivatie om ervoor te zorgen dat hun ingenieurs van de laatste kennis op de hoogte zijn en de beste certificeringen hebben.

Misvatting #4: aanbieders van TPM leveren geen kwaliteitsonderdelen.
Een legitieme zorg over aanbieders van TPM is de beschikbaarheid van kwaliteitsreserveonderdelen, met name voor legacy apparatuur die zijn End-of-Life (EoL) nadert. Grote internationale leveranciers van TPM zijn vaak de grootste leveranciers van refurbished hardware ter wereld, mede door hun internationale focus. Vanuit die rol hebben ze de mogelijkheid om onderdelen van fabrikanten te kopen en te testen om een consistente kwaliteit te garanderen. Precies om deze reden bestellen veel kanaalpartners van fabrikanten hun reserveonderdelen bij TPM-leveranciers. Zij hebben vaak een wereldwijde toeleveringsketen voor originele onderdelen van een breed scala aan fabrikanten.

Het simpele feit is dat de oorspronkelijke fabrikanten van apparatuur er vaak niet op ingericht zijn om hun apparatuur na de End-of-Life datum te ondersteunen. En dat is precies het gat waar leveranciers van TPM in gesprongen zijn om bedrijven te helpen meer waarde te halen uit hun bestaande infrastructuurinvesteringen.

Tot slot moet TPM niet worden gezien als een ‘alles-of-niets’-schakelaar, maar meer als een draaischijf. Het is belangrijk de juiste mix te vinden tussen ondersteuning van de fabrikant en van een derde partij. Organisaties kunnen dan maximaal profiteren van een geoptimaliseerd hybride ondersteuningsmodel, en dat resulteert in aanzienlijke kostenbesparingen en IT-flexibiliteit. Ten aanzien van TPM moet er uiteindelijk een beoordeling worden gemaakt op basis van de technische en zakelijke eisen van een organisatie en niet op basis van de salescyclus van een fabrikant.

Naar boven