• Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Home
  • ICT in de Praktijk
  • Nieuws
    • Channel
    • Cloud
    • Digitale Transformatie
    • Document Management
    • Information Management
    • Operational Technology
    • Networking
    • Onderzoek
    • Werving
    • Producten
    • Security
    • Spotlight on Partners
    • Telecom
    • Transport & Logistiek
    • Women in IT
  • Blogs
  • Over Focus on IT
  • Contact
Focus On IT

Focus On IT

ICT in de Praktijk

Artificial intelligence: superdom of superslim?

24 september 2018 | door: Redactie Focus on IT

artificial intelligence

Artificial intelligence wordt binnen 50 jaar ‘Artificial Super Intelligence’, en zal misschien de laatste uitvinding van de mens zijn… Of toch niet?

wilco ravestein
Door Wilco Ravestein, Channel Sales Director bij Paessler.

Zodra het werkt, heet het geen artificial intelligence meer
Onlangs las ik onderweg naar Neurenberg in de Holland Herald, het inflight magazine van KLM: ‘KLM zet sinds kort een zelflerende IT-applicatie in die succesvol voorspelt welke passagiers hun vlucht zullen missen. Dit is een van de manieren waarop we streven naar minder onnodige vertragingen van onze passagiers’, aldus Pieter Elbers, de CEO van KLM.

Elbers noemt het zelf geen artificial intelligence (AI), maar dat is het natuurlijk wel. De term AI wordt al heel lang gebruikt, meestal voor zaken die nog in ontwikkeling zijn. In het verleden gold het voor toepassingen en programma’s die vanuit ons huidige perspectief allesbehalve intelligent lijken. De Colossus-computer was in de vroege jaren ‘40 de belichaming van een intelligente machine en de eerste rekenmachine werd aan het eind van de jaren zestig als slim gezien. Over 30 jaar lachen we misschien ook wel om de zelflerende IT-applicatie van KLM.

Artificial intelligence is echt overal, alleen noemen we het meestal niet zo. Want zoals computerwetenschapper John McCarthy eind jaren vijftig zei: ‘As soon as it works, no one calls it AI anymore’.

Artificial intelligence ontwikkelt zich exponentieel
Als we een persoon in een tijdscapsule plaatsen in de tijd van het Middeleeuwse Constantinopel en hem naar het tijdperk van Columbus sturen, zou hij misschien een paar dingen interessant vinden – een iets beter functionerend staatssysteem, grotere steden of een paar nieuwe medische uitvindingen. Over het geheel genomen zou hij niet in paniek raken. Maar als een man die in 1492 op de Santa María naar Amerika zeilde, naar het heden zou worden gestuurd; naar een bruisende metropool zoals Londen of Tokio, zou hij denken dat hij in een andere, buitenaardse wereld terecht is gekomen. Hij zou een hartaanval krijgen van opwinding. De wereld is zo ontzettend snel veranderd. En dat gaat vanaf nu alleen maar sneller.

Van artificial intelligence naar artificial super intelligence
Veel wetenschappers verdelen de algemene term artificial intelligence in drie categorieën: ANI (Artificial Narrow Intelligence), AGI (Artificial General Intelligence) en ASI (Artificial Superintelligence). Triest, maar waar: op dit moment hebben we de domste soort van artificial intelligence, namelijk ANI. Waarbij ‘dom’ in deze context natuurlijk relatief is. Het is niet langer logisch om de ELO-score van de beste schaakcomputer te meten, omdat die voortdurend toeneemt en al veel groter is dan die van de beste menselijke schaker. Maar vraag een schaakcomputer over het weer of een reservering in je favoriete restaurant en kijk hoe slim hij dan is. Google is een betere onderzoekstool dan de meest belezen persoon of de beste archivaris, maar zal het niet erg goed doen in een wedstrijd tegen Magnus Carlsen. ANI doet waarvoor het is ontworpen en is daar veel beter in dan de mens, maar daar blijft het bij. AGI brengt AI naar een algemeen niveau van menselijke intelligentie. Conservatieve schattingen gaan ervan uit dat we in 2050 een artificial intelligence hebben ontwikkeld die op AGI-niveau ligt.

Een ASI, de “echte AI”, dat alles veel beter kan dan de mens, is de heilige graal van AI-onderzoek en conservatieve wetenschappers beschouwen een ASI in 2070 als redelijk realistisch. ASI zal net als wij complexe ideeën hebben. En wanneer we nadenken over de consequentie dat een superintelligente AI in staat is om verbeterde versies van zichzelf te creëren, is het effect niet langer voorspelbaar en weten we dus niet hoe onze toekomst eruit zal zien. Eng? Lees mijn laatste punt en beslis zelf.

ASI kan zonder de mens, maar wil ons niet vernietigen
Laat ik eerst opmerken dat een ASI geen betere variant is van het menselijk brein, maar iets heel anders. En veel slimmer. Verder zal een superslim artificial intelligence er geen belang bij hebben om ons leven te leiden. Het heeft ons niet nodig. Maar er zijn ook geen redenen om aan te nemen dat een ASI vijandig tegenover ons zal zijn, zoals je dat in films ziet. In plaats daarvan moeten we nadenken over wat een heel ander soort intelligentie kan doen voor de mensheid. Een remedie tegen dodelijke ziektes bedenken, een ideale vorm van politiek, het antwoord op hoe een financieel systeem moet functioneren op een manier die de meerderheid van de mensen niet uitbuit – dit zijn zaken die een superintelligentie, die niet gebonden is aan onze beperkingen, zou kunnen oplossen. En als ik eraan denk dat ik kan blijven genieten van mijn begrensde menselijke leven, terwijl hoog in de cloud (of waar ASI’s het leuk vinden om rond te hangen), deze superintelligentie al onze problemen in een kwestie van seconden oplost, dan vind ik dat helemaal prima.

Primaire Sidebar

  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter
  • YouTube

Footer

Een uitgave van:

Alibi Communicatie- en Uitgeefprojecten BV

Editor: Robbert Hoeffnagel
+31 651282040
redactie@focuson-it.nl

Cookie Beleid
Privacyverklaring
  • Blogs
  • Nieuws
  • Over Focus on IT
  • Praktijk
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter
  • YouTube

Zoeken

Copyright © 2026 · Focus on IT · Log in