Te lang hebben bedrijfsleiders zich niet beziggehouden met dataresilience. Ze hebben blind vertrouwd op theoretische plannen en een checklistmentaliteit. Deze tweedimensionale aanpak kan de complexiteit van cyberdreigingen binnen organisaties echter niet wegnemen. Met name ransomware kan niet volledig op papier worden gesimuleerd.
Deze mentaliteit heeft geleid tot een gevaarlijk vals gevoel van veiligheid. Onderzoek van Veeam toont aan dat meer dan 30% van de organisaties denkt dat ze veerkrachtiger zijn dan ze in werkelijkheid zijn. Daarnaast blijkt dat 69% het afgelopen jaar te maken kreeg met ransomware. De tijd van blind vertrouwen in theoretische plannen is voorbij.
Vals vertrouwen heeft reële gevolgen
Dataveerkracht kan bedrieglijk complex zijn en hiaten blijven vaak verborgen tot het te laat is. Veel organisaties denken voorbereid te zijn, om er vervolgens achter te komen dat ze dat in realiteit niet zijn. Van de organisaties die vorig jaar het slachtoffer werden van ransomware, dacht 69% hierop voorbereid te zijn. Na een aanval daalde het vertrouwen hierin met meer dan 20%.
Hoewel de meeste organisaties een ransomware-handboek hebben, bevatte minder dan de helft essentiële technische componenten zoals back-ups en containment- of isolatieplannen. Op het eerste gezicht leek alles in orde, maar bij nadere inspectie kwamen aanzienlijke kwetsbaarheden aan het licht. De gevolgen van misplaatst vertrouwen in deze theoretische plannen zijn ernstig: slechts 10,5% van de organisaties kon vorig jaar volledig herstellen na een ransomware-aanval.
Het dreigingslandschap verandert continu
Sommige organisaties hadden misschien gehoopt dat de ontmanteling van grote ransomwaregroepen zoals BlackCat en LockBit door wetshandhavers het dreigingslandschap overzichtelijker zou maken. Maar de dreiging is niet afgenomen, het is geëvolueerd. Kleinere groepen en ‘lone wolfs’ nemen de plaatsen snel in met nieuwe methoden en tactieken. Het dreigingslandschap staat nooit stil en dataresilience-plannen moeten ook niet stilstaan.
Van reactief naar proactief
Ongeacht hoe zeker een organisatie is van haar dataresilience, organisaties moeten resilience-plannen altijd testen en continu updaten om blinde vlekken te voorkomen. Organisaties moeten er niet van uitgaan dat wat op papier werkt ook stand houdt in de praktijk.
Begin met het grotere geheel: welke gegevens moet je beschermen en waar bevinden deze zich? Zijn belangrijke maatregelen opgenomen in de responsplannen, zoals een vooraf gedefinieerde hiërarchie en regelmatige back-upverificaties? Ga vervolgens met: zijn beveiligingsteams op de hoogte van de nieuwste aanvalstrends?
Als laatste stap moeten organisaties hun respsonsplannen uitgebreid testen. Het is niet voldoende om alleen op plan A te vertrouwen – test ook plannen B, C, D en verder. Houd hierbij ook rekening met scenario’s waarin cruciaal personeel niet beschikbaar is of wanneer meerdere crises tegelijk plaatsvinden. Dit proces lijkt rigoureus, maar kan blinde vlekken aan het licht brengen die niet opgemerkt zouden worden als plannen enkel theoretisch bleven.
Vertrouwen omzetten in daadkracht
Het inzetten van frameworks zoals het Veeam Data Resilience Maturity Model (DRMM), ontwikkeld in samenwerking met McKinsey, kan organisaties helpen om hun responsplannen vorm te geven. Bevindingen uit onderzoek van Veeam tonen aan dat organisaties met een hoge mate van datavolwassenheid zeven keer sneller herstellen van ransomware-incidenten dan hun minder volwassen tegenhangers en drie keer minder downtime ervaren.
Door controle te nemen over dataveerkracht op basis van uitgebreide tests, continue verbetering en collectieve intelligentie, kunnen organisaties blind vertrouwen vervangen door échte daadkracht. Het beste moment om je voor te bereiden is nu – want bij dataresilience maakt alleen echte paraatheid het verschil.
Tim Pfaelzer is Senior Vice President & General EMEA Manager bij Veeam
